Home Page Image

 

 

WOORDENBOEK VAN KUNSTHISTORICI

INLEIDING Informatie over het leven en de methodologieën van kunsthistorici is soms moeilijk te vinden. Wanneer men een idee wil hebben over waar een kunsthistoricus is opgeleid, wie zijn of haar leermeesters waren en welke benadering zij of hij gekozen heeft, is men vaak aangewezen op necrologieën en op artikelen in Festschriften in vreemde talen. Deze database is opgezet met de bedoeling onderzoekers op weg te helpen om inzicht te krijgen in de achtergrond van belangrijke kunsthistorici van de westerse kunstgeschiedenis.
INHOUD Men vindt hier de namen van kunsthistorici die vermeld worden in de voornaamste historiografieën (zie de lijst hieronder). De kunsthistorici zijn geselecteerd op basis van deze historiografieën. In sommige gevallen zijn namen toegevoegd om een meer evenwichtig beeld te krijgen van de bijdragen van vrouwelijke en mannelijke kunsthistorici en van sommige categorieën van kunsthistorici die niet voldoende vertegenwoordigd zijn in bovengenoemde publicaties. Deze database is niet bedoeld als een “Wie is Wie?” voor kunsthistorici. De Dictionary of Art Historians is geen afgerond geheel: er wordt voortdurend aan gewerkt. Bijdragen met niet veel meer dan de naam van een kunsthistoricus moeten nog voltooid worden.
DE GESCHIEDENIS VAN DIT PROJECT De Dictionary of Art Historians is gestart in de herfst van 1986 met de indexering van de kunsthistorici die geciteerd worden in twee publicaties van Eugene Kleinbauer: Research Guide to the History of Western Art (1982) en Modern Perspectives in Western Art History (1971). Hieraan werden de namen toegevoegd die voorkomen in Heinrich Dilly’s Kunstgeschichte als Institution (1979) alsook een aantal namen uit Kultermann’s Geschichte der Kunstgeschichte (1966) [laatstgenoemd werk was toen alleen in het Duits beschikbaar]. Gedurende enkele jaren lag het project nagenoeg stil, in de vorm van een kaartsysteem. Intussen werd een groot aantal nieuwe historiografieën gepubliceerd of herdrukt. In 1996 werd een student-assistent in dienst genomen door Duke University Libraries om het kaartsysteem over te zetten in een electronische vorm.
DE EDITOR Lee Sorensen studeerde kunstgeschiedenis en bibliotheekwetenschap aan de Universiteit van Chicago. Hij heeft onder andere gepubliceerd: “Art Bibliographies: A Survey of their Development, 1595-1821” Library Quarterly 56 (January 1986): 31-55 en bijdragen over “art catalogs and cataloging” in de Dictionary of Art (1996) IV: 20-29. Voor de Cambridge Dictionary of American Biography (1994) was hij consultant voor de kunsthistorici en van 1996 tot 1998 maakte hij deel uit van het uitvoerend comité van de Art Libraries Society of North America. Van deze Society was hij in 1998-1999 de web administrator. Sinds veertien jaren is hij bibliothecaris en bibliograaf voor het gebied van de kunst aan Duke University.
BELGISCHE EN NEDERLANDSE KUNSTHISTORICI Monique Daniels (MD) is in 2000 begonnen bijdragen te schrijven over Nederlandse en Belgische kunsthistorici. Ze studeerde kunstgeschiedenis aan de Katholieke Universiteit van Leuven, in België, en later aan de Universiteit van Leiden, in Nederland, waar ze haar doctoraal examen kunstgeschiedenis behaalde in 1983. Ze is vooral geïnteresseerd in Nederlandse en Vlaamse kunst en architectuur in de Middeleeuwen en de zestiende eeuw, en in de kunst van de Nederlandse Gouden Eeuw. Ze heeft een aantal jaren gewerkt bij de educatieve dienst in het Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden en sinds september 2003 is ze als docent verbonden aan de educatieve dienst van het Nasher Museum of Art van Duke University. Ze is gehuwd met Lucas Van Rompay, hoogleraar aan Duke University.
ANDERE MEDEWERKERS Clare Counihan begon met het overzetten van alle gegevens van de kaarten naar de computerbestanden. Gigi Dillion, een graduate student in het Art and Art History Department van Duke University, heeft tijdens de zomer van 1998 de namen uit de boeken geïndexeerd. Zij is verantwoordelijk voor de bijdragen die gebaseerd zijn op Bazin’s Histoire de l’histoire de l’art. Craig Pepin, destijds promovendus in het History Department, heeft de Archäologenbildnisse geïndexeerd. Lanitra Walker, ook een graduate student kunstgeschiedenis, heeft de essays geschreven die ondertekend zijn met haar initialen: LMW.
DANKBETUIGINGEN Dr. Antje Lemke heeft bestanden ter beschikking gesteld die de editor anders nooit gevonden zou hebben, hetgeen een belangrijke stimulans was voor het project. Andere leden van de Art Libraries Society geven nog steeds adviezen over belangrijke wijzigingen in de opzet, zonder dat hun bijdrage op gepaste wijze wordt gehonoreerd. Robert Woodman Wadsworth, destijds werkzaam aan de Libraries and Library School van de Universiteit van Chicago, heeft de standaard geleverd voor de bibliografische regels die in dit werk – niet altijd zo perfect – gevolgd worden. Len Klekner heeft als eerste de editor duidelijk gemaakt dat de intellectuele ontwikkeling van kunsthistorici onlosmakelijk verbonden is met hun peroonlijk leven en met hun scholing. A. Craig Hawbaker, bibliothecaris aan de University of the Pacific, is de editor nog steeds tot voorbeeld. Max Marmor, vroeger kunstbibliothecaris in Yale en tegenwoordig bij ArtStor, leverde met zijn vakkennis een belangrijke bijdrage aan de vormgeving van dit project. John Little en David Chandek-Stark van de IT- afdeling van de bibliotheek van Duke University hebben op hun eigen rustige en doeltreffende manier veel hulp geboden.